De kerk heeft een uniek boekhoudsysteem. Haar model van inkomsten en uitgaven is met geen vereniging of onderneming te vergelijken. Ze administreert zorgvuldig het lidmaatschap, maar heft geen contributie. Ze biedt publieke ruimte en rustplaatsen en creëert maatschappelijk rendement, maar blijft principieel vrij van staatssubsidie. Ze onderhoudt markante gebouwen en hoogopgeleide vaklieden, maar vraagt geen entree of gesprekstarief. Ze incasseert mateloos veel tijd, inzet en gaven van haar vrijwilligers, maar deelt dat allemaal uit zonder factuur of nota. Zonder aanzien des persoons ook: ze geeft het met liefde door aan niet-leden, vrijblijvende passanten, aandachtvragers en behoeftigen. En ook eeuwig mopperende lidmaten, die uit protest hun hand op de knip houden, blijven altijd welkom – tot en met de dag van hun uitvaart.
Een gesprek over geld kan ook zomaar over geloof, naastenliefde en vertrouwen gaan. Dat de meeste kerken toch een degelijke, deskundige boekhouder hebben, mag een geloofswonder heten. Je moet het maar aandurven: de verantwoordelijkheid nemen voor een stapel rekeningen en verplichtingen, salarissen en afdrachten, terwijl je aan de inkomstenkant slechts kan hopen en bidden dat het goed komt. De actie Kerkbalans, die de komende twee weken loopt, roept jaarlijks opnieuw de vraag op hoe kerken hun financiële basis kunnen verbreden. Hoe krijg je jongeren en nieuwkomers zover dat ze hun steentje bijdragen? Hoe verzilver je de goodwill van mensen die zich niet willen binden aan de kerk en haar boodschap, maar haar als ‘goed doel’ best wat zouden kunnen schenken? En hoe krijg je leden van de kerk zover dat ze niet impulsief, incidenteel iets doneren, maar een duurzame periodieke verplichting aangaan – zullen we dat toch maar ‘contributie’ noemen?
Voor al die opties geldt, dat je een betaalrelatie niet los kunt maken van de inhoud, het wezen van de kerk. Het evangelie van Jezus Christus, en de praktische moraal (de wet) die Hij demonstreerde, gaat over Godsvertrouwen en kwijtschelding, naastenliefde, onthechting en genade. Als je als geloofsgemeenschap die waarden wilt uitdragen, moet je ze ook in je boekhouding verinnerlijken. Geen ‘voor wat, hoort wat’-mentaliteit, en geen zorgen voor de dag van morgen. Want de kerk leeft van het hemelse brood, manna in de woestijn: niemand had te veel, niemand kwam tekort maar in de pot bedierf het overnacht. Kun je collectanten voor Kerkbalans op pad sturen met een zó laconiek verzoek om financiële deelname?
Een gesprek over geld en bezit, geven en ontvangen, kan zomaar een gesprek worden over geloof, hoop en liefde. Over vertrouwen dat je iets kunt afstaan zonder angst om te verliezen, zodat de kerk geen sluitpost is van de huishoudelijke begroting, geen fooienpot die aan de beurt komt nadat alle rekeningen zijn betaald.
En jawel: je mag ook je leven lang wanbetalend lid en gratis bezoeker blijven van de kerk – dankzij al die christenen die erin geloven, en erop vertrouwen dat dit de manier is waarop het evangelie werkt. En die daarom iets van hun bezit prijsgeven zonder te eisen dat de kerk alleen betalende klanten zal bedienen.
Bijgaand artikel is gepubliceerd in het Nederlands Dagblad door Sjirk Kuijper

